Buchenwald
Niemand lachte
niemand zei een woord
gegooid in een trein
geen hoop
stilzwijgen
op weg naar je eind
in een volgepropte trein.
Ik zag in gedachten de huid
de genummerde arm
de niet begrijpende ogen van
man, vrouw en kind.
Ik slenterde over dat gebied
in gedachten zag ik de barakken
de ovens, de lijken en de foto's.
Als mijn gedachten worden verstoord
lijkt het net of het nooit is gebeurd
de zon schijnt en de vogels zingen.
Maar daar waar ik was
liegen de feiten niet
ik stond er verloren
helemaal alleen
tranen in mijn ogen
onbegrip en verdriet.
Ik voelde het wreed
ik voelde het lijden
ik voelde de marteling.
Ik stond daar
en zag de naakte
waarheid.
naar hoofdmenu

Geen opmerkingen:
Een reactie posten